Landschap

Terecht of niet maar ‘versnipperd’ is de term die al snel komt bovendrijven als de Nederlandse designinfrastructuur wordt gekarakteriseerd, maar is dat wel zo?

Terecht of niet maar ‘versnipperd’ is de term die al snel komt bovendrijven als de Nederlandse designinfrastructuur wordt gekarakteriseerd. De veelheid van namen, instituten, organisaties en acroniemen hebben gedurende de afgelopen decennia ongetwijfeld aan het ontstaan van dit beeld bijgedragen. Het afwisselende gebruik van de begrippen (industriële) vormgeving, (industrieel) ontwerp en (industrial) design hebben de verwarring nog vergroot. Allerwegen wordt geconstateerd dat een slagvaardig beleid vooral effectief kan worden gerealiseerd met behulp van een laagdrempelig instrument. Veel kan daarbij worden geleerd van het Engelse Design Council. Sinds de jaren vijftig is dit instituut een constante factor in de ontwikkelingen rond het Engelse design en wordt herkend en erkend als hét aanspreekpunt voor design. De stimulerende en structurele rol van de overheid was in is daarbij onontbeerlijk.

De ervaring leert dat deze rol in ons land noch van de overheid, noch van de lagere overheden kan worden verwacht. Het draagvlak voor dergelijke ‘portal’ functie zal dus moeten worden gevonden bij de directe belanghebbenden; de bedrijven (opdrachtgevers), de brancheorganisaties, de kennisinstituten en natuurlijk de ontwerpers zelf. Twee basisvoorwaarden; een goede voedingsbodem en een kritische massa zijn aanwezig en maken het zinvol om te trachten de nu her en der opbloeiende initiatieven samen te voegen. De bereidheid tot samenwerking bij de initiatiefnemers is aanwezig waarbij een paraplu of portalfunctie vooralsnog als het meest haalbaar wordt ervaren. In een vervolgstadium kan de samenwerking worden geformaliseerd via een rechtspersoon.